Autofabrikanten pronken graag met indrukwekkende actieradiussen volgens de WLTP-norm. Maar zodra je de snelweg op gaat voor een lange rit, merk je al snel dat je niet zo ver komt als beloofd. Hoe zit dat?
De WLTP-testcyclus is eigenlijk een kort ritje door vlakke stads- en buitenwijkgebieden. Je trekt op tot gematigde snelheden, remt weer af en rijdt slechts een klein stukje op een snelweg. Verwarming en airco blijven uit, de auto is licht beladen en de temperatuur is rond de 24°C. Er worden zuinige bandencombinaties met kleine velgen en zomerbanden gebruikt. Elke extra energieverbruiker vermindert de actieradius.
De WLTP-testcyclus is geen rit met 130 km/u op de snelweg, maar eerder een mix van stads-, provinciale wegen en gematigde snelwegtrajecten. Bij een constante snelheid van 130 km/u kan het verbruik tot wel 50% hoger liggen dan de WLTP-waarde.
Als je rijstijl precies overeenkomt met de WLTP-testcyclus, haal je makkelijk de WLTP-actieradius. Maar de meeste automobilisten hebben een heel ander rijprofiel: stadsverkeer, snelwegverkeer of provinciale wegen; in de winter bij temperaturen rond het vriespunt; met één of meerdere passagiers; enzovoort. Dat betekent dat de meeste bestuurders een lagere actieradius zullen ervaren dan de opgegeven WLTP-waarde.
Hoewel WLTP-waarden erg optimistisch zijn, bieden ze wel voordelen. Ze maken het mogelijk om de actieradius van verschillende voertuigen te vergelijken, wat belangrijk is als de actieradius een doorslaggevend aankoopcriterium is. Daarnaast geven ze kopers een idee van wat ze ongeveer kunnen verwachten. Grote afwijkingen kunnen wijzen op een probleem met het aandrijfsysteem.
Verder lezen
België